Een miskraam of een spontane abortus komt spijtig genoeg voor voor de twintigste week van de zwangerschap. Miskramen komen het vaakst voor tussen de zevende en de twaalfde week. Miskramen komen vaak voor tijdens een zwangerschap: ongeveer tien tot twintig procent van de zwangerschappen eindigt in een miskraam.
Er is een verschil tussen een miskraam en een abortus: een miskraam is een natuurlijke gebeurtenis terwijl een abortus gewild is door de moeder.
Meestal zijn de problemen door de genen van het kindje zelf en niet door de moeder. Er zijn ook nog andere oorzaken:
Bij sommige vrouwen is het risico op een miskraam groter dan bij andere vrouwen. Dat is het geval bij vrouwen die ouder zijn dan 35 jaar, vrouwen die problemen hebben met hun schildklier of die lijden aan diabetes. Ook vrouwen die drie of meer miskramen gehad hebben, lopen een hoger risico op een miskraam als ze opnieuw zwanger worden.
Soms ligt de oorzaak wel aan het lichaam van de vrouw zelf: de baarmoeder werkt niet zoals het zou moeten. Deze miskramen komen voor van de veertiende tot de zestiende week van de zwangerschap.
Er zijn niet zoveel tekenen die optreden voor een miskraam: de vrouw kan pijn voelen, haar water kan voortijdig breken, of er kan weefsel van de placenta afgestoten worden.
Dit bericht is gepost op 23 maart 2009 om 09:18 uur en is geplaatst in Miskraam.